Pagina's

maandag 9 juli 2007

Van strafbankje naar Novotel

Waarschuwing....extreem lang verhaal is coming up!
Net terug na een lange wandeling naar Koto Gadang vind ik eindelijk weer energie om een stuk te produceren met letters in de juiste volgorde. Er zijn reeds 2 dagen voorbij maar het voelt ongeveer als een week. Het voelt alsof ik 20 jaar ouder geworden ben in 2 dagen en lichamelijk klopt dat ook gedeeltelijk. Maar ik kan in ieder geval zeggen dat ik 31 uur op een houten plankje heb gezeten met een borduurseltje erop en een versnellingspook in mijn kruis (en ik kan er zelfs al bijna om lachen)!
De busrit van Bandarlampung naar Bukittinggi was in alle opzichten die ik kan verzinnen ongelooflijk. We hadden ons goed voorbereid: 28 uur uitgetrokken voor de rit in plaats van de geplande 22 en een Happentas van echt enorme omvang gemaakt. Gerekend op een bus die minimaal 4 keer stuk gaat. Maar zoals met alle voorbereiding: je denkt natuurlijk niet ECHT dat dat ook allemaal gaat gebeuren. Dus zo bevonden we ons in aardig vrolijke staat (met we-zijn-er-bijna en potjes met vet paraat) uiteindelijk in een taxi met Saluddin, die ons naar het busstation bracht. Helaas had uitgerekend vandaag -hoe kan het ook anders- de bus een nog onbekende vertraging. Op het moment dat de bus eigenlijk moest aankomen had deze net pas de bootoversteek naar Sumatra gemaakt. Je moet je voorstellen dat deze bus helemaal van Jakarta (of misschien zelfs wel nog verder) naar het noorden van Sumatra rijdt.
Wat ik mij echter niet kon voorstellen was dat er inderdaad ook mensen zijn die deze HELE RIT uitrijden. Toen de bus ongeveer een uurtje te laat aankwam bleek hij ongeveer zo volgeboekt te zijn als een standaard kippenbus. Waarom we in godsnaam een kaartje vooraf moesten kopen is mij een raadsel, want ook voor deze bussen is vol een uitermate rekbaar begrip. Natuurlijk wist ik dit allemaal niet voor ik de bus instapte. Saluddin zei: 'There is only place next to driver, problem?' Voordat ik 'No, great!' zei had ik beter eerst de lonely planet kunnen lezen. Ik quote: 'If you have any choice in the matter avoid sitting at the front of the bus where you can all too vividly witness the antics of a driver with a death wish'.
Gelukkig had ik genoeg afleiding om mij met deze mogelijke death wish bezig te houden. Eenmaal IN de bus bleek de seat 'next to driver' bijna OP DE SCHOOT van de chauffeur te zijn. Naast zijn stoel bevond zich een soort van inklapbaar bankje waar je mits een beetje handig geplaatst nog best makkelijk twee mensen kwijt kan. Van twee meter twintig. Ik was instantly blij met mijn geschonken smalle postuur, niet in de laatste plaats omdat de versnellingspook van de bestuurder RECHT in mijn kruis (!) zat. Mijn rechtervoet kon ik net nog kwijt naast die van de chauffeur en mijn linkervoet verdween op spastische wijze ergens tussen het dashboard en het trapgat. Ik vond L. ergens in het donker naast mij en wat lacherig nog begonnen we aan de rit, in de veronderstelling dat er vast ergens nog wel mensen uit gingen stappen en wij naar achteren konden verhuizen. My mistake: in het komende uur werd de bus -hoe is het mogelijk- nog voller en voller, zodat uiteindelijk ook het volledige gangpad geinstalleerd was met Indo families. Zonder geiten en kippen, maar wel met schreeuwende baby's die, zo bleek later op de rit, nog vele malen meer tenenkrommend kunnen zijn.
We vervolgen onze rit in het donker over de Transsumatran Highway, die volgens mij zijn naam dankt aan de ontelbare hoeveelheid gigantische kuilen die er in deze weg te vinden zijn. Ik moet echt bekaf zijn geweest anders is het ondenkbaar om ook maar 1 tel te kunnen slapen met een wegdek waar je bijna complete auto's in kwijt kan. Ik weet nog -bij wijze van anekdote- dat ik vroeger tegen mijn moeder in de bus zei 'mam, mijn hoofd trilt' als ik mijn hoofd tegen het raam plaatste. Afgezien van het feit dat ik nu met geen mogelijkheid bij het raam kwam zonder een intiem onderonsje met de chauffeur, had ik dit niet kunnen doen zonder ernstig hersenletsel.
In de psychologie is er een term die ook wel 'cognitieve dissonantie' genoemd wordt. Oftewel een onaangename spanning bij een confrontatie met tegenstrijdige feiten. Vrij vertaalt was dat eergisteren voor mij het gevoel dat je genept wordt. Ik had een kaartje gekocht met recht op een zitplaats. Hoewel er wel 3 complete gezinnen in het gangpad zaten (het kan dus slechter) zaten er wel 10 gezinnen comfortabel op ruime achteroverklapbare stoelen MET kussentjes, terwijl ik op een halfbakken strafbankje intiem zat te wezen met de versnellingspook. Ik wist niet zo goed van welke kant ik het nou het beste kon bekijken. Maar zoals met alles: de tijd zal het leren, en na een aantal onaangename draaiuren op ons bankje wist ik het WEL.
De airco ging vier keer stuk (mompelt iets over loslaten en ducktape). De president kwam uiteraard net toen wij langsreden op bezoek en de weg werd afgezet (een uur en 500.000 hallo misters wachten). Achter mij zat een babytje die niet gewoon kon lachen maar moest GILLEN om alles dat lollig was (= kennelijk veel), zodat ik bij de weinige keren dat ik sliep droomde over hoe ik dat kind met zijn poepluiers -die door de hele bus in plastic zakjes lagen- uit het raam zou smijten.
Maar de tijd tikte voort en de vertraging ook. De bus schudde zijn weg naar Bukittinggi en zowel L. als ik voelden ons met het uur beroerder worden. Doordat de airco stuk kon je achter de vooruit een ei bakken. Waarschijnlijk was dat een goed idee geweest voor de chauffeur want die at sigaretten bij het leven -hoewel er in de bus een bordje stond met 'Dilarang merokok'. Dat dat weinig zegt hadden we ook wel van tevoren kunnen bedenken want op de bus stond ook 'airconditioned' en 'with Karaoke' en dat was er beide niet (alhoewel ik eerlijk gezegd wel blij was met het laatste).
Ik was dan ook uitermate verrukt toen ik in mijn halfgare staat een bordje zag staan met Padang erop. Vanaf Padang zou het niet ver meer zijn naar Bukittinggi, en op zich was dat wel een reeele schatting, want we waren inmiddels wel zeker 20 uur onderweg. Helaas hebben ze hier geen kilometeraanduiding, en ik ging daarna bijna denken dat ze die expres hadden weggehaald om ons te pesten. Na de zoveelste break-down van de airco (of deed de motor het helemaal niet meer) wist een aardige medepassagier ons te vertellen dat de rit naar Padang vanaf daar nog wel een uur of 6 zou gaan duren. Maar in de halfschemer in de middle of nowhere hadden we geen andere keus dan de rit naar Bukittinggi op ons strafbankje uitzitten, in de hoop dat er in Padang mensen zouden uitstappen.
En dat deden wij. En om een lang verhaal kort te maken: de rit naar Padang bleek geen 6 uur. Precieze tijden weet ik niet, maar de rit naar Bukittinggi duurde vanaf daar nog ruimschoots 11 (!!) uur. Ik ben gestopt met proberen te begrijpen hoe een bus 9 uur vertraging kan oplopen terwijl ie amper heeft stilgestaan. Ik hield sowieso helemaal op met denken toen we eenmaal in Bukittinggi waren aangekomen. Na twee nachten bijna niet geslapen te hebben kwamen we om het schappelijke tijdstip van half 5 in de ochtend aan op een tankstation in de middle of nowhere. Gelukkig was er een taxi, hoefden we alleen nog maar naar het hotel te komen.
Wisten wij veel dat Bukittinggi de dag voor onze aankomst vereerd werd met een bezoek van de vice-president EN dat het hier schoolvakantie is. Ik zou willen dat ik mij er meer in verdiept had. Want dan had ik mij, na 33 uur reizen misschien beter kunnen instellen op het feit dat werkelijk ALLE hotels in deze stad voor de hele week volgeboekt waren. Na het proberen van minstens 10 hotels (die of gesloten waren, of een bordje met 'full' pontificaal op de deur hadden hangen, erg confronterend) zijn we ietwat radeloos in de lobby van een -eveneens- vol hotel gaan zitten, waarover de lonely planet zei:'Very dingy, last resort'. Nu zelfs onze last resort vol zat wisten wij het ook niet meer. We besloten daarom maar naar Novotel, het ALLERDUURSTE hotel in de stad te gaan, in de hoop dat, omdat de meeste mensen het niet kunnen betalen, er nog een kamer zou zijn. Al was het de presidentiele suite voor 150 euro per nacht met kaviaar als ontbijt.
Maar zelfs bij Novotel de genadeklap: 'We are completely full sir, very busy'. De man zag aan onze gezichten dat we het einde echt nabij waren en keek in de computer. Er stonden gasten gepland die zouden uitchecken om 12 uur en dan zouden we die kamer wel kunnen krijgen. Tot die tijd mochten we in de lobby wachten. Het was inmiddels 6 uur in de ochtend, waar we als zoutzakken in de lobbybanken zakten. Uitgebreid bekeken door de (rijke) lokale bevolking. Maar dan wacht ons ook eindelijk een gelukje: onze uiterst kostbare kamer is om 9 uur al klaar. Het is niet de presendentiele suite (pfieuw) maar wel een deluxe room met 'mountain view'. En bad. Ik kan mijn geluk niet op. Het bed is hemels en na een fanfare optreden buiten in de stad (wat een timing!) slapen we als roosjes tot ver in de middag. En worden wakker met mountain view. Bukittinggi is schitterend en een mooie plaats om verdiend bij te komen. Het hotel is werkelijk waar een feestje en ik heb vanochtend het lekkerste ontbijt OOIT gegeten (en eigenlijk, voor deze prijs wil je het ontbijt sowieso niet overslaan). Je kunt hier drie weken verblijven en elke dag iets anders (vers!) eten. Maar niet in de laatste plaats was het ontbijt zo fantastisch vanwege het contrast met de dag ervoor. Een busrit als deze doen we nooit meer, maar je leert de dingen wel gigantisch waarderen.
We hebben dus meteen een VLIEGTICKET naar Medan gekocht, waar we morgen extra van gaan genieten. Morgenavond om 18.00 zullen we daarheen vliegen en wat familie bezoeken, waar we hopelijk kunnen overnachten. In Medan zullen we kort blijven, want we snakken inmiddels wel echt naar wat natuur, dus reizen we snel door naar Danau Toba. Daar hopen we te snorkelen zonder chipszakken en wat te kunnen rusten. Voor nu lijkt dit stuk mij van voldoende lengte. Saya capeh, dus we gaan lekker eten en met een drankje genieten van onze heerlijke mountain view! Proost!

zondag 8 juli 2007

Van harte gefeliciteerd!

Speciaal voor oma na een extreem vermoeiende busrit van 33 uur (!!) een berichtje met:

Van harte gefeliciteerd met uw verjaardag!
We denken hier heel veel aan u, maar dat kan ook bijna niet anders, want we zien per dag wel een paar honderd keer sprekende kopieen van u voorbij komen! Heel veel liefs van ons vanuit een ver Bukittinggi!

(Over de busreis: TE lang, TE heet, en nu in een TE duur hotel aan het bijkomen. Wegens een TE langzame interverbinding verder geen nieuws, maar dat komt spoedig. Voor nu: welterusten van wij-die-de-verdere-dag-lekker-in-bed-doorbrengen)

vrijdag 6 juli 2007

Orang belanda gila

Indo: 'Mau kemana?'
Ik: 'Bandarlampung?'
Indo: 'Bandarlampung, aaah...ok'
Ik: 'Berapa?'
Indo: 'Apa?'
Ik: 'What?'
Ik: 'How much to Bandarlampung?'
Indo: 'Apa? Bahasa Indonesia?'
Ik: 'Sedikit..'
Indo op dreef: 'Oh, bladieblabla dua orang bawang putih *onverstaanbaar*'
Ik: 'Apa? Saya tidak mengerti!'
Indo nog meer op dreef: *langzamer* 'Blablaoelaoela ja ja Bandarlampung'
Ik: 'Eh....ok?!'
Frustrerend om te lezen? Mooi, dan heb je het begrepen! Naar Pasir Putih KOMEN bleek vrij simpel (in een busje met twee tieners van een jaar of 17 zonder rijbewijs en met heel harde foute muziek, maar wel gezellig), maar over de onderhandeling voor de terugrit hebben we net zo lang gedaan als over de rit zelf. Vandaag stond snorkelen op het programma en in onze folder stond -zo leek het- een best aardig strand. Waarschijnlijk hadden ze voor de foto de halve kilo zeewier per 10 liter water en alle chipszakken weggehaald, want dan ziet het er nog best aardig uit. Maar zoals vandaag, zo zonder een enkel zonnetje was het troebele aangezicht waar wij vandaag aankwamen op z'n zachtst gezegd wel een beetje een domper. Toen we in het water lagen met onze snorkels begrepen we het gegrinnik van de mede-relaxende bevolking: In dit water zou je nog geen haai op 10 centimeter afstand zien aankomen.
Ikzelf voelde me ietwat oncomfortabel toen ik alle aanwezige vrouwen (= weinig) totaal aangekleed te water zag gaan. Daar zat ik dan, met m'n bikini nog onder m'n kleren aan. Iedere beweging die ik maakte werd geregistreerd. Dus na 10 minuten verkrampt zitten boodt L. mij een redding aan. Hij ging een stukje lopen en kwam terug met een knalblauwe surfbroek met witte bloemen erop. Vanaf dat moment voelde ik mij echt de main attraction. Volgens mij had ik net zo goed in bikini kunnen rondlopen -dan had ik mij in ieder geval nog een stuk aantrekkelijker gevoeld. Ook L. had even geen trek in 'Hello Mista!', of andere soortgelijke aandacht vandaag en na een rondje zwemmen gingen we proberen rustig aan de kant weer op te drogen. In gezelschap van 50 vliegen en mieren en in vrij 'koele' temperaturen zonder zonnetje lukte dat maar matig. Uiteindelijk hadden we het allebei wel gezien en besloten we een busje naar het hotel te pakken. Bleek niet zo makkelijk. Een hoop misverstanden en chauffeurs die ons gigantisch probeerden af te zetten, waar we uiteraard niet intrapten maar waar vooral L. even behoorlijk pissig van werd. We zijn dan wel Belanda's maar we zijn toch echt niet gila (= gek). Een meneertje wilde ons helpen maar hij sprak maar matig Engels en dat werkte vooral alleen maar gigantisch op onze zenuwen. We begrepen hem niet en hij begreep duidelijk ook niet wat wij wilden. Oplossing: gewoon weglopen.
Na enkele kilometers onze onderhandeling weer opnieuw gestart (zie hierboven) en zowaar voor een redelijke prijs (4000 rupiah meer dan op de heenreis) voor de deur van ons hotel afgezet. Zometeen gaan we daar weer heen voor onze tweede afspraak met meneer Saluttin van vandaag. Hij heeft -hoe fantastisch- onze buskaartjes voor onze reis al gekocht. Dit bespaart ons heel veel werk en we hopen dat hij ons straks gaat vertellen hoe we bij de busterminal moet komen of ons misschien zelfs wel een stukje zal begeleiden. En nee, dan zal ik ECHT een dagje niet internetten... beloofd! Tot -waarschijnlijk- zondag!

donderdag 5 juli 2007

Horse-riding?

Wat een genot om na een vermoeide warme dag nu in het internetcafe allemaal leuke weblogreacties tegen te komen! Dat maakt het schrijven werkelijk NOG leuker! Bedankt daarvoor!
Vandaag was het 34 graden in de schaduw en de zon scheen volop. In onze airconditioned donkere kamer (*grijnst breed*) merkten wij daar in eerste instantie helemaal niets van. Net aan het bijkomen nog toen de wekker ging, ging de telefoon in onze kamer af. De receptie. 'Hello, mister Sallutin iss weeiting for joe in ta loby!'. Mister watte? Het bleek hier te gaan om een exclusief bezoek van mister van de Tourist Office van gisteren in eigen persoon. Eigenlijk hadden we een afspraak met hem om 10 uur, maar omdat hij andere bezigheden had kwam hij ons opzoeken in het hotel, om de schappelijke tijd van: half 9. Met -nog steeds- een halve jetlag voelt dat ongeveer aan als een uurtje of 4 midden in de nacht. Toch slaagden we erin ons (nog vooral op de tast) aan te kleden en naar beneden te waggelen.
'Good morning, good morning, I have som information about bus for joe! Meet my friend!'. We schudden een ander breed glimlachend mannetje de hand en ontvangen de stortvloed aan informatie met een half oor. De bus naar Bukittinggi van vandaag met airco bleek helaas vol maar met de bus van morgen konden we hoogstwaarschijnlijk nog wel mee. Iets minder: het vertrek is pas om 9 uur in de avond. Hoewel de mensen hier in Banderlampung eager zijn om ons een tweede, derde en misschien zelfs wel vierde tour door de stad te geven, hoopten we toch eigenlijk die extra dag in Bukittinggi door te brengen. Maar, wat niet kan kan niet, dus, kunnen we er maar beter het beste van maken! In de folder die we gisteren kregen stond een park omschreven niet heel ver van hier, waar je kon 'horseriden (DAT leek mij fantastisch), see elephants and great flora and fauna'. Toen we vervolgens bij de receptie vroegen hoe laat de bus naar dat park (Bumi Kedaton Park) zou vertrekken, werd spontaan de autoverhuur in deze stad gebeld. 'Taksi very expensive, good negotionation skill for that, Car rentaaaaaal better'. Na een kwartier hadden we het driekoppig baliepersoneel er eindelijk van overtuigd dat het echt GEEN goed idee was om ons hier tussen de joyridende bevolking de weg op te sturen.
Na eerst even een klein feestje (lees:boodschappen doen) en daarna inderdaad flink afgezet te zijn voor onze taxirit kwamen we aan in het Bumi Kedaton Park dat, naast een natuurpark van 20 hectare ook een zoo bleek te zijn. Meteen na aankomst worden we met een deel van de lokale bevolking op de foto gezet. Gelukkig zijn de mensen die in de zoo rondlopen welvarend genoeg en zijn er dus geen bedelaars en/of mensen die je raar aankijken wanneer jij je Happentas met luxe artikelen uitstalt (noem het voorpet, maar ik houd er enorm van om naar mijn eten te kijken voordat ik eraan begin).
De zoo was bijzonder in niet al te positieve zin. Naar alle waarschijnlijkheid hadden de dieren het hier -in vergelijking met andere zoo's- best goed. Ze zaten droog en in een kooi met meestal wel genoeg eten. Maar dat was het ook wel. Een frappant gegeven is dat de geiten zo ongeveer  8 keer meer ruimte hebben dan een eenzaam jong beertje alleen in zijn hok op hetzelfde terrein. Het geheel is aangrijpend. Aapjes in te kleine hokjes (die er op het oog verder wel gezond uitzagen) vol met afval van de bezoekers. Bordjes met 'niet voederen' zijn hier nog niet bekend (maar misschien is dat ook wel de reden dat deze dieren nog in leven zijn). We staan op nog geen 30 centimeter van een vastgeketende baby-olifant die zich noch voor noch achteruit kan bewegen. Hij schenkt amper aandacht aan ons en nadat ie L. een klap geeft met zijn slurf valt ie terug in zijn tic die de meeste dieren hebben die te lang in kleine hokken opgesloten of vastgeketend zitten.
Na een rondje over de zoo vervolgens wel een fijne wandeling gemaakt over het park en rustig bij een kunstmatig watervalletje gezeten, vol met spelende en zwemmende kinderen die niet onder stoelen of banken staken dat ze ons wel interessant vonden. We praatten wat met een mannetje van de 'Sekjoeritie' en zo oefen ik wat Indonesisch. Tellen is voor mij gelukkig geen probleem (Toch bedankt, Hans!) en inmiddels ken ik genoeg handige woordjes voor een half simpel gesprek en kan ik een beetje opmaken wat ze willen weten. De vragen zijn meestal hetzelfde: Di mana (waar kom je vandaan) of mau kemana (waar ga je naartoe)? Verder vragen ze wrijwel altijd of je Indonesisch spreekt en dan zeg ik altijd maar: Sedikit (een beetje). Grappig is wel dat als ik in het Indonesisch begin, ik vrijwel altjid een stortvloed aan indonesisch terugkrijg. Soms helpt 'pelan-pelan' (langzaam) om ervoor te zorgen dat ik een paar woorden kan verstaan. De oefening is leuk en uitdagend en ik kijk iedere dag in mijn boekje om er woorden en zinnen bij te leren.
Toen we de zoo wel gezien hadden zochten we naar een plek om te bellen voor een taxi. Toen we zaten te wachten in een kantoortje kwam het mannetje van de Sekjoeritie met een brede lach aange-ojekt (scooter). Hij haalde een verfrommeld papiertje uit zijn zak en zei daarop 'Taksi, taksi?' waarop hij meteen een taxi belde. Dat zijn nog eens contacten. De baas van het park werd er ook nog even bijgehaald en zo zaten we als Touli's (tourist) weer met een aantal mannen in uniform rond de tafel een folder van het park te bekijken met promotiefoto's van parende paarden (echt waar!). Misschien bedoelden ze dat met horse-riding.... Toen onze taxi kwam bleek het -hoe verrassend- hetzelfde mannetje te zijn als op de heenreis en werden we voor de tweede keer deze dag afgezet. Voor de portemonnee van de bevolking hier is deze nauwe vorm van samenwerking uiteraard uiterst lucratief.
Morgen gaan we als ons vervoer het toelaat kijken of we kunnen snorkelen bij 'Pasar Putih', een strand hier redelijk dichtbij. Dan onze spullen pakken en op voor een lange reis naar Bukittinggi. Het is hier momenteel schoolvakantie dus we zijn gewaarschuwd voor de drukte op de weg en de waarschijnlijk lange reistijd (28 uur). Als we morgen niet in de gelegenheid zijn om te internetten zal dit waarschijnlijk dus pas weer bij aankomst in onze volgende bestemming zijn,  wat op zijn vroegst zondag is. Maar het belooft ongetwijfeld weer een avontuurlijk stuk (hopelijk niet in de zin van: kapot) te worden. Tot dan!
Oh ja, onze eerste mooie foto's staan online! Kijk snel op http://lukehardy.waarbenjij.nu voor deze twee Belanda's in beeld!

woensdag 4 juli 2007

Otak-otak op de achterbank

Tourist Office: Plek waar je een Tour kunt krijgen. Huh? Juist. Hier in Indonesie kun je werkelijk alles verwachten. Na een heerlijke slaap (maar niet uitslaap) sessie in onze koele kamer en een goed ontbijt met Nasi Goreng en kroepoek besluiten we een wandelingetje te maken door de stad op zoek naar de supermarkt en een internet-cafe. Beiden snakken we ernaar ons lange reisavontuur van gisteren te delen met onze lezers thuis (Check: gelukt!). Bij buitenkomst komen we erachter dat het behoorlijk regent en na een niet geslaagde zoektocht naar een paraplu vinden we een internetcafe (deze) waar pardoes de stroom uitvalt. Balen. Na een korte vervolgwandeling vinden we echter een winkelcentrum van aardig formaat. Als een klein kind in een speelgoedwinkel sla ik kreetjes van vreugde bij iedere gang van de supermarkt op zoek naar Nata de Coco (een soort van siroop met kokosjelly). Ik vind mijn Oreo's die ik gisteren vergat terug in een nog betere variant en maak er een sport van zoveel mogelijk dingen te kopen die 1) chemisch ruiken, 2) chemisch gekleurd zijn of allebei. Dit gaat vrij makkelijk en dus staan we uiteindelijk met volle tassen boodschappen weer buiten. Heerlijk. Het liefst ga ik meteen naar huis om alles uit te pakken net als vroeger, ware het niet dat ik toch eigenlijk wel dolgraag wil internetten. We hebben geluk: alles werkt weer en na enige tijd staan we weer buiten.
We besluiten informatie in te winnen over de busreis naar Bukittinggi bij een Tourist Office. Na een aardige zoektocht vinden we een soort van provinciaal kantoor wat daarvoor door moet gaan. We schudden wel 3 meneren in uniform de hand voordat we binnen zijn en krijgen nog net geen thee met spekkoek. Eigenlijk waren ze al onderweg naar huis maar, zo zeggen de twee mannetjes die ons uiteindelijk helpen: 'We get paid to give information, so we give information!'. En ze zijn hier verdomde goed voorbereid voor het geval er een toerist langskomt. Zo bezitten we nu twee exclusieve 'Information about Banderlampung' cd'roms met foto's en informatie over de stad, zorgvuldig bijeengezocht door hoogstwaarschijnlijk een van de mannetjes tegenover ons. Een stortvloed aan informatie wordt over ons heengegooid. Wat doen we vanavond? Wat doen we morgen? En wat overmorgen? Een potentieel programma wordt uitgestippeld van Nationaal parken tot nabij gelegen eilanden en stranden. Ze hebben een commitment waar de service in Nederland op zijn zachtst gezegd bij verbleekt. We krijgen prive-telefoonnummers en ze vragen ons kamernummer zodat ze METEEN businformatie kunnen doorbellen zodra beschikbaar. Overweldigend. Als ze samen met ons weer naar buiten lopen krijgen we als laatste tip dat we vooral 'Bebek' moeten eten, een specialiteit waar Banderlampung bekend om staat. Een andere specialiteit is Otak-Otak. 'Wait, I have some here'. Het tweede mannetje staat inmiddels bij zijn auto en de kofferbak gaat open. Daaruit komen 10 mysterieus in bananenbladeren gestookte pakketjes. 'Please try please try'. Hoewel we dit normaal gesproken nooit gekocht zouden hebben zonder twee pakjes diarreeremmers, kunnen we dit aanbod niet weigeren. Het smaakt heerlijk. We eten er ieder twee en krijgen ook de laatste 2 hartelijk in onze handen gedrukt.
De mannetjes bieden ons een lift terug naar het hotel aan, en voor we het weten zitten we vijf minuten later op de achterbank van de auto voor een tour door de stad waar deze mensen duidelijk erg trots op zijn. We roepen als zijnde onder de indruk afwisselend 'Wow' en 'Great place' en dat doet ze zichtbaar goed. For free krijgen we in rap tempo alle belangrijke ins en outs van Banderlampung over ons heel gestort, gemengd met een gezellig portie humor. In de grootste winkelstraat van de stad worden we uiteindelijk afgezet en vriendelijk gaan ze samen met mij op de foto. Ik kan de glimlach op mijn gezicht door de humor van dit alles niet wegpoetsen: je gaat heen voor een folder en je eindigt met vis op de achterbank van een mannetje van de Tourist office. Zo gaat dat hier. Rubber Time heeft zo zijn voordelen: als er tijd is, dan wordt die ook voor je genomen. See you in Bukittinggi!

Jam karet (2)

Goed, waar was ik gebleven. Het Indonesisch landschap, dus. Een twee uur durende bustocht dwars door verscheidene dorpjes op weg naar de havenstad Merak, vanwaar we de bootoversteek naar Sumatra zouden maken. Bij de bussen hier moet je je voorstellen dat ze eerst 30 jaar ergens in Europa hebben rondgereden, daarna zijn afgekeurd en vervolgens al 20 jaar hun werk doen in de binnenlanden hier. Gezien: Ducktape om de versnellingspook, deuren vastgezet met touw en een enorm extra stalen bumper aan de voorkant (als 1 bumper al niet genoeg is...). Verrassend genoeg zijn -in tegenstelling tot het Nederlands openbaar vervoer, de stoelen 1) nog heel en 2) niet ondergekrast met kreten als 'Fuck you' (ze kennen immers geen Engels) en beplakt met kauwgum. Je bent blij als je kunt zitten, dus beter laat je die stoelen heel.
We vonden een plekje bij de deur en behoorlijk doorgewaaid kwamen we een beetje bij. Ik deelde mijn Oreo Rolls (voor de insiders: goed spul!) met een klein kindje naast mij, echter toen ik zijn gebit zag en zijn gezicht toen hij erin beet twijfelde ik een beetje of ik er goed aan gedaan had. Hij vond het ongetwijfeld lekker maar ik was bijna doodsbenauwd dat ie er een tand bij op zou eten. Z'n moeder gaf geen kik. Toen we enige tijd in deze bus geinstalleerd zaten stopte die plotseling (toch niet weer iets stuk??). We bleken over de moeten stappen op een minibus die ons naar de haven zou brengen. Minibus = bus gemaakt voor mini-mensen. Met ons hoofd zowat tegen het plafond vervolgden we onze reis gelukkig soepel naar Merak. Helaas vergaten we door deze snelle overstap onze nog volle Happentas mee te nemen. Het was echter een fijn idee dat een ander kindje (met of zonder tanden) waarschijnlijk ontzettend blij zou zijn met onze lekker snackies.
In Merak aangekomen uiteraard eerst de halve stad vriendelijk gegroet en daarna op zoek gegaan naar de boot naar Bakauheni (de overkant). Aangezien de langzame boot er ongeveer twee uur over zouden doen gingen we op zoek naar de zogenaamde 'Kapal Cepat', de snelle boot die deze zelfde oversteek in 45 minuten zou maken. Na enig zoeken kwamen we bij het juiste loket, en na wat oefenen op 'Dua ticket dewasa' waren we helemaal klaar om de tickets te kopen. De meneer achter de bali echter niet. Hij riep iets van 'Amish amish' en gebaarde dat het toch echt geen goed idee was om verder nog iets te vragen. Na enig zoeken wist een mevrouw in zeer gebrekkig engels (maar wel heel vriendelijk) te vertellen dat de boot om 4-uur-nog-iets zou gaan, en dat we ook dan pas een kaartje konden kopen. Uiteraard. Waarom zou je ook een kaartje van tevoren willen kopen als alles ook op het laatste moment kan?
Dus: weer wachten (tijd op dat moment: kwart voor 3 in de middag). Maar, in de veronderstelling dat de snelle boot = sneller, wachten we best even. Les geleerd: neem ALTIJD de eerstvolgende boot. We kwamen een aardige student tegen van onze leeftijd die dezelfde oversteek ging maken en woonde in Lampung, de plaats die tevens onze eindbestemming van deze dag zou zijn. Het fijne was dat we eigenlijk alleen in de gaten moesten houden wat hij zou doen; dan kwamen wij er vanzelf ook. Maar: we waren er nog niet. Na (lang) wachten (het was inmiddels half 5) bleek dat de boot -de laatste snelle boot van die dag) HELEMAAL NIET ging. En ik kan je zeggen: na ruim 8 uur reizen in deze temperaturen is het laatste wat je wilt anderhalf uur wachten op een boot die er twee uur over doet om je naar de overkant te brengen. Gelukkig had deze boot wel een airconditioned eerste klas!
Na deze toch comfortabele reis was het reeds donker bij aankomst in Bakauheni (het is hier al donker om ongeveer half 7). De jongen bood aan ons te helpen bij het vinden van een taxi en gaf ons een richtlijn qua vraagprijs, zodat we tijdens de onderhandelingen niet gigantisch zouden worden afgezet. Na een pittige onderhandelingssessie waarbij we de richtprijs (zo bleek achteraf) verkeerd begrepen hadden zaten we uiteindelijk voor 'enampuluh ribuh, dua orang' (60,000 rupiah voor twee personen, ongeveer 5 euro in totaal) gebakken voor een rit van ruim twee uur naar de voordeur van ons hotel. Klinkt als een goede deal, ware het niet dat de bus ongeveer de helft goedkoper is, maar ook het halve gemak heeft. Na deze eveneens avontuurlijke autorit met een gelukkig zeer ervaren chauffeur werden we als laatste passagiers afgezet voor het hotel.
Als we op de entree van het hotel waren afgegaan, waren we er hoogstwaarschijnlijk voorbij gelopen. In positieve zin, want bij de entree denk je eerder aan een kamer van 200 euro dan aan 15 euro per nacht. We checken ons in bij een bijzonder vriendelijke dame ('Ensjoy jor ssssteej!') en onze ogen vallen open van verbazing wanneer we in de kamer komen. Een WERKENDE airco, opgemaakt bed met glaasjes water ernaast, een heerlijk schone badkamer met ruime douche en een tv met Trans Tudjuh (DE zender hierzo). Leuk detail: de airco staat hier ingesteld op 24 graden en voelt aan als heerlijk koel. De service is keurig en we krijgen iedere dag nieuwe zeepjes die we zorgvuldig opsparen voor meer karige tijden (sorry mam, dus niet voor thuis dit keer, kan wel een pen voor je achterover drukken?). Vooralsnog blijven we nog 1 a 2 dagen in dit hotel genieten voordat we afreizen naar Bukittinggi. Voor deze reis willen we goed uitgerust zijn, want die duurt op z'n kortst zo'n 22 (!) uur per bus. Echter is er geen andere manier om daarheen te reizen omdat de Lonely Planet over onze eerste geplande route over Palembang zegt dat 'most travellers avoid this place'. En de Lonely Planet is een heilig goed. Dus bereiden we ons de komende dagen voor op een lange busreis, hoogstwaarschijnlijk zonder stops, maar wel met een goed gevulde Happentas. Want ook Banderlampung is in wezen een uit de kluiten gewassen toko. Tot gauw!

Jam karet

En ik maar denken dat de langste achter-een-stuk-door-reis achter de rug was. Ik had van tevoren niet kunnen bedenken dat het langer duurt om van Jakarta naar Banderlampung (= vlak aan de kust van Sumatra) te komen als van Amsterdam naar Kuala Lumpur (!). In Indonesie zijn ze goed bekend met wat ze hier noemen 'Jam Karet'. De letterlijke vertaling hiervan is 'rubber time', wat in de praktijk betekent dat je vervoer een uur eerder, drie uur later, of zelfs helemaal niet gaat. Aangezien Jakarta logistiek gezien goed in elkaar zit had ik gedacht dat het ergste wat er zou kunnen gebeuren zou zijn dat we zouden moeten wachten. Lang. Dus: Happentas maken (wat hier echt FANTASTISCH gaat gezien de hoeveelheid heerlijke snacks overal), genoeg te lezen hebben hebben en de wat minder goede tips: Deet op een onbereikbare plaats in je tas stoppen -evenals je zonnebrand- en je bijna verslapen voor de trein, die volgens het schema om 8.00 zou moeten gaan maar dus ook net zo goed om 7.30, 10.30 of helemaal niet zou kunnen rijden. Mentaal gezien waren we dus naar omstandigheden nog best goed voorbereid.
Na een nacht vol slechte live muziek niet ver van ons open hotelraam (minimaal tot een uur of 2!) bevonden L. en ik ons allebei in een uitermate brak stadium. Ook bleek ik de wekker verkeerd gezet te hebben -18.15 is niet erg handig als je om 6.15 je bed uitmoet- en was het ineens zomaar een half uur later dan de bedoeling was. Half slaperig hebben we snel onze spullen gepakt en na slechts eenmaal goed knipperen met de ogen stond er een taxi met open laadbak klaar om ons naar het station te brengen. Handig.
Na 40 keer 'Selamat Pagi' volgen we 20 wijzende vingertjes die ons vanzelf naar het loket brengen. Als je niet doelgericht genoeg kijkt naar waar je naartoe gaat, word je vanzelf wel ergens gebracht. Eenmaal op het juiste perron stappen we in de trein die op tijd komt, maar waarvan de locomotief foetsie blijkt. Toch stappen we snel in, want deze trein gaat slechts 2 keer per dag en het is dringen voor een plaatsje. Dat 'plaatsje' blijkt ook een relatief begrip. We bevinden ons in een metalen bak zonder ramen (wel met 2 gaten waar ooit deuren in hebben gezeten) waar het stinkt naar kippenpoep. In eerste instantie leek het ons best leuk, zo'n onderonsje met de oksels van de lokale bevolking, maar wanneer de locomotief eenmaal gevonden is en de trein rijdt blijkt al snel dat we een verkeerde keuze hebben gemaakt. We worden gewaarschuwd door een aantal Indo's die engels spreken dat het in dit stuk van de trein erg warm en druk is en dat we beter eerste klas kunnen gaan zitten. Fijne tip, maar door de enorme drukte en onze zware bagage is er voor ons geen tijd genoeg meer om over te stappen.We kunnen dus niet veel anders dan de rit naar de haven van Merac van 4 uur uitzitten. 'You will see chicken, fruit, vegetables, everything!' zegt hij, voordat hij in de menigte verdwijnt om drankjes te verkopen.
Binnen 5 minuten worden we bestookt door wel 30 verkopers die werkelijk waar alles, van mandarijnen en sigaretten tot vage borduursels aan ons proberen te slijten. Ondertussen worden we door de lokale bevolking met de ogen uitgekleed. Ze maken grappen, -duidelijk over ons- die we niet kunnen verstaan maar we lachen net zo hard mee om de drempel van contact wat te verlagen. Een aantal mensen spreekt ons aan maar de rest, zo legt de engelssprekende Indo uit, durft niet omdat ze niet weten hoe. Met handen en voeten proberen we ons reisschema uit te leggen en verder vooral te glimlachen tot je verkrampte kaken krijgt.
Om een lange rit korter te maken: langer dan twee uur in deze trein is het echt niet vol te houden. Ik bevond mij uiteindelijk in een staat van kiespijn, hoofdpijn door de kiespijn, een overvolle blaas, duizeligheid (doordat ik niet meer kon drinken...) en bovenal was ik totaal oververhit. Ook L. had immers een aardige emmer zweet kunnen vullen. Gelukkig vertelde een uitermate aardige meneer die tevens heel goed Engels sprak dat er vanaf het volgende station (plusminus 30 minuten later) ook een bus ging, en we besloten daar uit te stappen, wat te rusten en het laatste stuk transport per weg te overbruggen. Met dat vooruitzicht (plassen!!!) voelde ik me ineens stukken beter. We kwamen aan op het beloofde station en toen we eenmaal uit de trein waren vertelde dezelfde man (met wie we inmiddels al uitvoerig in de trein gesproken hadden) dat de bus er niet was en dat we er goed aan deden direct weer in de trein te stappen. Met buikpijn in tegenzin, maar het kon niet anders, weer terug de trein in dus. Ditmaal eerste klasse, waar het enige essentiele verschil was dat het minder rook naar poep en dat er ramen waren. Ook deze coupe was overvol, oververhit maar met gelukkig meer lucht. Van de mevrouw van de aardige man kreeg ik een waaier om het wat draaglijker te maken. Wat was ik haar dankbaar! Heftig wapperend gingen we op weg...
...om na 10 meter weer stil te staan. Na een kwartier zwetend en onwetend wachten riep de aardige man door een raampje naar ons: 'The engine is broken!' Voor hem was dit het eindstation en begin van vakantie met zijn familie, dus bijzonder aardig van hem om terug te komen en dit aan ons te melden. Het interessante nieuws was dat er een nieuwe motor moest komen...uit Jakarta. Ze hoopten twee uur later weer op weg te kunnen, maar ja, jam karet, jam karet. En daar sta je dan: op een wildvreemd station in de middle of nowhere, 12 uur overdag in de zingende hitte. Ik denk dat mijn opa het heel goed met mij voorheeft, want er kwam fantastische hulp uit onverwachte hoek. De aardige man (inmiddels bekend als Arief) vroeg wat rond, waaruit ik kon opmaken dat hij een lift probeerde te regelen voor ons naar het busstation. Uiteindelijk had hij het voor elkaar: binnen 5 minuten stonden er 3 ronkende scooters klaar. Twee voor ons en...een voor hem. Zonder twijfel stond hij erop ons netjes op de bus weer af te leveren. Ik moest wel even slikken, maar echt een keus was er niet. Dus daar gingen we dan. Op de scooter met topzware backpacks van 20 en 25 kilo achter op de rug in een noodvaart naar het station. En de weggebruikers hier houden op zijn zachtst gezegd wel van wat avontuur. Dampend van de adrenaline en well-shaked staan we uiteindelijk mooi wel op het busstation. Ik ren naar de eerstvolgende wc waar ik vervolgens net zoveel moet betalen als voor een halve liter ijsthee maar het kan me niet schelen. Arief roept nog 'Maybe not so clean', maar de voldoening is te groot om op hygiene te letten. Opgelucht kom ik weer naar buiten en klok meteen een flesje water weg. We drinken nog een drankje met Arief om bij te komen en besluiten vervolgens richting bus te gaan. We hoeven niets te doen: Arief vraagt wat rond en binnen tien minuten zitten we in de goede bus voor de goede prijs. We kunnen niet wachten om onze reis te vervolgen, maar ons geduld wordt op de proef gesteld. De chauffeur rijdt eerst nog een paar rondjes om de bus NOG VOLLER te krijgen (er staan immers nog geen 10 mensen op het gangpad) voor we vertrekken.
Maar, dan kunnen we ook wel twee uur lang genieten van eindelijk echt Indonesisch landschap. Over het vervolg van deze buitengewoon interessante trip zal ik jullie zo spoedig mogelijk (lees: vanavond) meer laten weten. Nu eerst even de benen strekken en jullie de tijd geven dit eerste bericht door te ploegen. Ik heb bewondering voor jullie!